Een maandje Canada
We vertrekken 29 april supervroeg in de ochtend om een hele lange reis te gaan doen. We gaan met z’n drieën: Fria (mijn moeder), Paula en ik. Eerst rijden we naar Winsum, dan met de trein naar Schiphol, dan een flink aantal uren vliegen naar Toronto en dan 28 dagen rijden van Toronto naar Vancouver. En dan dat met dat vliegen, treinen en rijden naar Winsum weer in omgekeerde volgorde. Uit en thuis ruim een maand en werkelijk een prachtige reis. Misschien is deze blog een beetje lang geworden, maar we hebben ook wel erg veel beleefd. En aangezien de blog voor ons vooral een soort dagboek en naslagwerk is kan het ons niet schelen als het een keer heel erg lang wordt.
Zo, 5 uur in de ochtend, tijd om op reis te gaan. We hebben gisteren Fria’s auto al opgehaald, we gaan dadelijk met de trein vanuit Winsum naar Schiphol en dan kan onze auto thuis blijven staan.

De uitzwaaiploeg is er ook al zeer vroeg bij.

Na een paar uurtjes treinen moeten we een paar uurtjes wachten op Schiphol.

Daar is ie dan. Lijkt een beetje klein, maar toch een 3×3 zit met twee gangpaden.

De route.

Drie films later zijn we in Toronto. Eigenlijk komen we maar een uurtje later aan dan dat we vertrekken, maar ja dat tijdverschil hè.

Het uitzicht vanaf onze kamer op de 14e verdieping van het hotel.

We weten er in korte tijd een puinhoop van te maken….

De volgende dag nemen we de bus en trein voor een dagje downtown Toronto.

En dan heb je ook wat. Helaas nog wat bewolkt, maar dat komt later wel goed.



Mooi contrast, nieuw en oud.



En dan trekken de wolken wat weg en wordt alles nog mooier.


De oude kerken worden niet platgegooid voor meer wolkenkrabbers.

En dan dezelfde weg weer terug naar het hotel.

De volgende morgen komen er regelmatig vliegtuigen voorbij.

Dan nemen we een Uber en laten ons naar de camperverhuur brengen. We krijgen een mooie 30ft (ca. 9 meter) camper.

Nog even inspectie en uitleg en dan kunnen we op pad.

De eerste rit is naar de supermarkt.



En daarna naar de pomp. 200 liter benzine past er in dit ding en daar kun je zo’n 800 km mee doen.

We rijden naar een mooi parkeerplaatsje op zo’n 3 kwartier van Niagara Falls af en gaan dan de volgende morgen vroeg naar Niagara Falls.

Dan op zoek naar de watervallen.

Daar in de verte begint het erop te lijken.


Wij staan hier aan de Canadese kant en de waterval is in de VS.

Een squirrel, zeer gewend aan de toeristen.

En hier de Canadese waterval.

Deze mensen hebben fors betaald om heel erg nat te worden.


Rechts VS, links Canada.

Om het een beetje schaal te geven even een fotootje met toeristen.

We gaan de toren in voor een beter overzicht. Daar beneden ons campertje.

De Amerikaanse waterval.

En de Canadese.

Hier is een brug over de rivier, de grens met de VS. Het drugsbeleid in de VS is duidelijk anders….

Dit is dan de grensovergang naar de VS.

Fria rijdt even een paar rondjes over de parkeerplaats en besluit het rijden verder aan ons over te laten.

Onderweg naar het westen.

We vinden een mooi plekje bij French River in het bos.

Die French River moeten we natuurlijk wel even opzoeken.

Daar is ie. Beetje kleiner dan de Niagara Falls, maar ook mooi!

We horen voortdurend spechten kloppen. Dit is het resultaat.

En als er dan sneeuw ligt………


De volgende morgen rijden we naar Manitoulin Island. Niet echt een eiland, maar verbonden met een heel smal bruggetje.

We vinden een heel mooi plekje op een piertje aan de zuidkant.

Na wat rondkijken op het eiland gaan we de volgende dag weer terug naar de vaste wal en dan verder naar het westen.

Veel schoolbussen hier in Canada.

We rijden naar Havilland Beach, weer zo’n mooi parkeerplaatsje.

Eerst even een wandeling en dan nog even op het strand kijken. Dan is de dag al weer om.

Deze camper heeft 9 gordelplaatsen, twee in de stuurhut en de rest in de accommodatie. Die aan de tafel in de rijrichting is het prettigst voor de achterinzitter. We wisselen dat af.

We rijden naar Marathon, kijken daar wat rond en wandelen een stukje, maar het is ijzig koud.

Op de informatie borden wordt gewaarschuwd voor beren.

Dan de 7e weer verder naar het westen. Beetje somber weer.

Onderweg een tussenstop bij de Kakabeka Falls. De nevel van de waterval komt als sneeuw op de kant te liggen.

Beetje bruin water, maar wel een mooie en woeste waterval.

Zie op de rechteroever maar eens hoeveel sneeuw de watval maakt.

Na de watervallen rijden we door naar een dirtroad parkeerplaats aan Sunshine Road voor een plaatsje voor de nacht.

De volgende ochtend weer verder naar het westen.

Eén van de minder leuke bezigheden met een camper, maar helaas moet het toch om de 4-5 dagen. Het vinden van een openbare dump en drinkwater is niet moeilijk in Canada.

We rijden naar een mooi plekje in het bos bij Blueberry Lake.

Eerst maar eens een flinke wandeling.


De volgende morgen verder richting Winnipeg. Hier in Canada gebruiken ze veel moeilijk uitspreekbare namen. De provincie Manitoba, dat gaat nog (al is dat voor mij heel moeilijk te onthouden) maar probeer deze naam maar eens.

Dit is Winnipeg. Helaas een beetje somber weer, maar met een blauwe lucht en een zonnetje is het vast heel mooi.

De Richardson ground squirrel, een heel grappig bewegend beestje. Zie je veel hier.

Het oude station is omgebouwd tot “food market”. Allemaal eettentjes en winkeltjes.

Ook hier is een oude kerk niet geweken voor de hoogbouw.

Na Winnipeg rijden we nog een stukje verder west om buiten de stad een plekje voor de nacht op de parkeerplaats van een natuurgebiedje te vinden.

Volgende morgen eerst een wandeling in het natuurgebied.

Wordt helaas een heen en weertje, want hier kunnen we niet om- of doorheen.

Dan weer verder naar het westen. Het eerste stuk is dirtroad, maar wel enorm breed en voorzien van verkeersborden.

En dan zitten we weer op de Trans Canada Highway. Onderweg enorme graanvelden en deze opslagen direct aan de spoorbaan. We hebben vele goederentreinen gezien die ca. 40 km/uur rijden, maar niet één passagierstrein.

We rijden naar Riding Mountain National park. Daar is een meertje nog flink bevroren.

We doen een wandeling een eindje verderop.



En dan rijden we nog een eindje door voor een heel mooi parkeerplekje voor de nacht aan dat bevroren meer.

Proost!

Zo rond een uur of 10 zakt de zon achter de horizon.

De volgende morgen verder naar het westen. Nog even een kleine wandeling in het park op een plek waar eerder een houtzagerij is geweest.

Daarna rijden we verder richting het westen.

Koei’n.

Graansilo’s.

En een enorm “wildfire”. Werd een eindje verderop behoorlijk rokerig in de auto.

En dan vinden we een mooie parkeerplaats bij Katepwa Lake voor de nacht. Het is flink warm en in de nacht krijgen we heel veel wind en regen.

De volgende morgen is het weer droog en windstil en de temperatuur is inmiddels naar zo’n 25 graden gestegen. Wel lekker, na zo veel kou.

We rijden naar Moosejaw en doen daar een wandeling.

De natuur is hier toch wel een paar weken achter op Nederland, maar het blad begint er nu wat door te komen.

Mooie spoorbrug. Zo’n ondersteuning zou je toch niet verwachten.

Beetje klimmen.

En dan op de hoogvlakte graanvelden tot zover het oog rijkt,

Kennelijk zitten we hier op de wandelroute dwars over Canada. We doen maar een heel klein stukje hiervan…..

Lunch in het parkje naast de parkeerplaats.

En dan via de highway weer door naar westen. Ook een camper?

Er zijn hier vele kleine meertjes, waarvan de helft witte oevers heeft. Zout! Hier wordt zout gewonnen.

Beetje nadeel van al die dirtroads (de meeste zijwegen van de Trans Canada Highway zijn dirtroad) is de enorme hoeveel stof achter de auto’s aan.

We stoppen vandaag bij een uitkijktoren bij een zoutmeer.




Het is nog steeds flink warm.

De 13e weer verder naar het westen. Onderweg zien we vrij veel van deze agrarische winkels.

Kennelijk zit er ook olie in de grond.

En weer zo’n graan gebeuren bij het spoor.

Het waait werkelijk van de daken vandaag, hier te zien aan het opwaaiende zout uit zo’n zoutmeer.

De cruise control houdt ermee op. We resetten de storing een aantal keren door te stoppen en de accuklem eraf te halen en even tegen de ander te houden, maar het gebeurt telkens weer. Appen met de verhuurder leert dat de auto ingrijpt met Service Advanced Trac door het zwabberen in de harde wind en daarbij de cruise control uitschakelt. Lekker, moet je op het stuur én de snelheid letten!

We bekijken het stadje Maple Creek en bezoeken een oldtimer museum, Ik had op oude auto’s gerekend, maar ok, dit is ook oud.

De temperatuur tikt inmiddels de 29 graden aan.

We gaan naar de parkeerplaats van een visitor center voor de nacht.

De zon gaat prachtig onder, maar voor morgen is zware storm en regen voorspeld. Dat wordt een dagje blijven staan.

We hebben uitzicht op de highway en dat is een goede gelegenheid die enorm lange roadtrains eens op de foto te zetten.

De 15e is de storm weer uitgeraasd en gaan we door naar Cypress Hills, het hoogste punt tussen de Laurentian Mountains in het uiterste oosten en de Rocky Mountains in het westen.


Hier zijn we op de top en kun je in de wolken vaag de contouren van de meer dan 100 kilometer ver in de VS liggende Sweet Grass Hills zien.

Dit bloemetje hoort bij deze plek en bloeit even in het voorjaar. Het wordt Shooting Stars genoemd.

Aardig plaatje op de camper.

Hier kijken we naar het noorden, honderden kilometers ver, over de prairies.

We willen een wandeling gaan doen, maar moeten nu uitkijken voor de Cougar (een lynx, maar dan groter en zonder die plukjes op de oren). De beren schijnen hier wat minder voor te komen, maar daarvoor in de plaats krijgen we een gevaarlijke kat.

De Cougar hebben we niet gezien, maar wel heeft hij hier waarschijnlijk wat krassen in een berkje getrokken.

Er is hier wel wat gebeurd in dit bos afgelopen winter. Waarschijnlijk storm in combinatie met een zware sneeuwlast wordt hier vele bomen fataal.


Al weer zo’n levensgevaarlijk beest!

Het eerste deel van de wandeling ging enkele honderden meters naar beneden, nu moeten we weer omhoog.

Na Cypress Hills gaan we nog een stukje verder naar het westen.

We rijden naar Echo Dale regional park voor een plekje voor de nacht.

De volgende morgen een wandeling in het park. Deze boerderij is hierheen verplaatst en weer gerestaureerd als was het 1920.


Verder was hier een kolenmijn. De boeren en hun arbeiders werkten begin vorige eeuw in de winter in de mijnen, omdat het land dan onder een dikke laag sneeuw lag.


Onderweg naar een uitzichtpunt komen we een paar flinke slangen tegen op het pad. Het lijken ratelslangen, maar ze ratelen niet. Het zou de bullsnake kunnen zijn. Niet giftig, maar toch best eng. een meter of 1,5 lang.

Later kruipen ze onder een steen.

Na de wandeling gaan we met enige haast verder naar het westen.

Het gaat morgen regenen en we willen Dinosaur park bezoeken. Dit kan eigenlijk alleen als het droog is, dus dat moet vandaag ook nog.

Dinosaur park is een enorme canyon met allemaal kleine bergjes van zandsteen en ijzersteen erin. Hier zijn allemaal paadjes tussendoor die alleen begaanbaar zijn als het droog is.


Door de invloed van het weer en regen spoelt de zandsteen wat weg en blijft de ijzersteen wat langer staan waardoor er prachtige sculpturen onstaan.





Daar komt de regen al aan!

We rijden nog een rondje door het park en parkeren dan op de parkeerplaats voor het visitor center voor de nacht. Er is een camping, maar die moet 43 dollar voor een nacht kosten, dat voegt niets toe.

We bezoeken de volgende dag het visitor center en ontdekken daar waarom het dinosaur park heet.

Stoere mountainbiker.

We rijden na het dinosaur park verder west en stoppen voor de nacht op een gratis camping bij het plaatsje Gleichen. Onderweg nog een korte tussenstop gehad om de vuilwatertanks te legen en de watertank te vullen.

Zo, weer lekker gekookt!

Volgende dag verder west en onderweg de gastank even laten bijvullen. De auto rijd op benzine, maar verder is alles gas. Koelkast, vriezer, verwarming, boiler en generator.

We komen aan in Calgary, parkeren op een “overnight parkeerplaats” bij een park en sportvelden voor 6 dollar en lopen naar de binnenstad. Mooie brug.

Downtown weer wolkenkrabbers.

Op ongeveer 5 meter boven wegniveau is een heel stelsel van bruggen. De sky-walk, ca. 20km verwarmd of gekoeld wandelen. Handig voor een stad waar de winters streng zijn en erg lang duren.

En nog meer wolkenkrabbers.


We bezoeken de Calgary tower, 191 meter hoog en geopend voor het publiek in 1968. Toen absoluut het hoogste gebouw in Calgary, nu niet meer, maar nog zeker het bezoeken waard.

Een fantastisch uitzicht boven.

Deze glazen vloer had dan van mij weer niet gehoeven….

De Rocky Mountains in de verte.

Na de toren eerst even een lunch.

En dan weer verder de stad bekijken.

Mooi contrast.

En zo’n ding van binnen.

De sky-walk.

En de routekaart van de skywalk.

De sky-walk gaat naadloos over in een mall. Na de mall lopen we weer terug naar de camper.

De volgende morgen weer verder west richting Rocky Mountains.

De Three Sisters.

Even een wandeltje. Door een droge rivier.

En dan het natte gedeelte van de rivier.

Even verderop mooie stroomversnellingen.

Daarna rijden we naar Banff. Onderweg nog een kleine detour waar we worden getrakteerd op een klein beetje wildlife.


Weer zo’n mooi meertje. De vorst is er net uit.

Dan parkeren we in Banff City. We zijn niet de enige camper hier.

We bekijken het stadje en doen dan een wandeling langs een snelstromende rivier. Daarna rijden we naar een camping, want je mag hier niet “wild” staan in dit nationaal park. Kosten 34 dollar en geen enkele toegevoegde waarde…..

De volgende morgen terug naar die camperparkeerplaats en dan per bus naar Lake Louise.

Lake Louise, een must see! Zal bij blauwe lucht en geen ijs vast prachtig turquoise moeten zijn, maar helaas, het is nog bevroren en het sneeuwt.

We zijn niet voor niets helemaal met de bus gekomen dus gaan we wandelen naar een hoger gelegen meertje.

Dat is een pittige klim over een glad besneeuwd paadje waar alle andere toeristen Bear Spray bij zich lijken te hebben.

Maar als we boven zijn is het weer wel heel erg mooi geworden. En een prachtige omgeving.

We willen terug niet hetzelfde pad, maar door. Na een kilometertje of zo verdwijnen ook de laatste voetstappen en wordt het super smal en stijl. Samen met het gebrek aan bear spray besluiten we om te keren en vanaf het meertje toch weer dezelfde weg naar beneden te nemen.

Maar het uitzicht is wel prachtig.


Dan met de bus weer terug naar de camper en aangezien we niet voor de nacht op de parkeerplaats mogen blijven en geen zin hebben weer naar de camping te gaan, rijden we verder naar het westen via de “Icefield Parkway”.

Hoog, koud en ijzig.

We stoppen op een parkeerplaatsje voor een (gelukkig) gesloten camping.

De volgende morgen even een wandeltje.



Als we wegrijden wipt de auto wat op en neer. Blijkt er een flinke steen tussen de rechter dubbele achterband te zitten.

Paula prutst er een tijdje mee.

En daarna ik nog een tijd en dan lukt het Paula toch ineens de steen er weer uit te krijgen. Goed dat het ons zelf gelukt is want er is hier en de komende 150 km geen enkel telefoon of internet bereik om hulp in te roepen.

Dan verder naar het westen met diverse stops onderweg om te wandelen en mooie watervallen te zien.



Op weg naar de volgende stop is er even een onverwachte stop tussendoor.

En dan even verderop een enorme gletsjer.

En weer een stuk verderop weer een mooie waterval.

Flinke boomwortels.

En dan volgt een traject van zeker 50 kilometer afgebrand bos rond Jasper.

Hier in Lucerne Campground moeten we weer verplicht op een camping. We zijn nog steeds in een nationaal park waar “wild” staan niet is toegestaan.

Nog even een wandeling rond de camping.



Beerveilig voedselkastje voor mensen met tentjes.

De volgende dag weer verder west komen we op mount Robson een pad naar een uitzicht punt in de bergen tegen. Bijna 400 meter omhoog lopen in 3,5km. Super steil dus.

Maar wel de moeite waard.


Het uitzicht de andere kant op. Deze berg is meer dan 4.000 meter hoog met kale rots, sneeuw en gletsjerijs en wordt veel gebruikt als uitdaging door bergbeklimmers.

Dan weer verder naar het westen moeten we goed aan de rechterkant van de weg rijden om niet door een huis overreden te worden.

We vinden een plekje in Hell’s Gate vlak bij een waterval voor de nacht.


De 23e rijden we weer verder naar het westen en doen even een wandeling van ca. 8 km in een park/recreatiegebied.


Daarna rijden we door naar Loonlake restpoint voor de nacht.

De 24e rijden we richting het Okanagan meer. Onderweg even dumpen en water tanken.

En daarna door via de drijvende brug naar Kelowna.




Na de (late) lunch verder naar Naramata om te kijken of Jim Corbett wellicht thuis is. Jim zat in hetzelfde vakgebied als mijn vader en ze hebben elkaar in 1967 leren kennen toen ze allebei een jaar in Oxford promotie onderzoek deden. Daarna hebben ze elkaar om de zoveel jaar getroffen tijdens wetenschappelijke congressen over heel de wereld.

Jim zal nu tegen de 90 jaar oud zijn en woont samen met zijn dochter in dit huis. Helaas is er niemand thuis.

We plakken een briefje op de deur en gaan in de buurt een wandeling doen over een voormalig spoorbaan traject.

Als we na de wandeling nog niemand thuis treffen rijden we verder naar Penticton voor een plekje voor de nacht.

De 25e gaan we weer verder naar het westen. We bezoeken een “heilige plek” van de 1st Nation (oorspronkelijke bewoners van Canada). Er wordt niet verklaart waarom die plekken in het water zijn, maar er worden geneeskrachtige eigenschappen aan toegedicht.

Ook hier is het moeilijk een goede wild-sta-plek te vinden dus rijden we een minimalistische camping op voor de nacht.

De volgende morgen rijden we naar Princeton en wandelen daar de “bronzen beelden” route.

We bezoeken een museum en lopen over deze volledig houten brug.

Aan de oever van de rivier zien we een vreemd beest ter grootte van een flink konijn. Volgens google is het een geelbuik marmot (familie van de eekhoorn).

Na Princeton verder west en een tussenstop bij een wandeling door een ottergebied. Hier is een burcht te zien.

Daarna door naar het plaatsje Hope, waar we een plekje bij een verlaten tankstation vinden voor de nacht.

Hope ligt ongeveer op zeeniveau maar ingeklemd tussen rivieren omringt door hoge bergen. Bijzonder mooi.

Hier is een wandelroute langs houten “kettingzaag” beelden. Hier de stairway to heaven.

Daarna aan de rand van de stad een wandeling door oude trein tunnels over een verlaten spoorweg traject langs een rivier.



Daarna doen we nog een wandeling naar een uitzichtpunt op een berg grenzend aan Hope.

Buitengewoon steil en hoog.

Na een steiging van zo’n 500 meter hebben we een mooi uitzicht en besluiten we niet verder naar de top te gaan. Daar zal het uitzicht vast nog mooier zijn, maar het is wel even genoeg.

Als we weer zijn afgedaald rijden we verder naar het westen en gaan bij de ingang van het “Blue Herons” natuurpark staan voor de nacht.

De volgende morgen even een wandeling door het park.

En daarna door naar Vancouver. Daar willen we het huis opzoeken waar mijn zus ruim 45 jaar geleden een jaartje heeft gewoond.

Gevonden! Het ziet er nog net zo uit. Fria is toen twee weekjes op bezoek geweest en herkent alles nog.

Tja, en dan onze laatste nacht in de camper. We parkeren op een parkeerplaats in een bos bij Maple Ridge. We pakken al zoveel mogelijk in en maken een beetje schoon.

En dan pakken we de volgende morgen na het ontbijt de rest in en rijden naar de inleverplek in Vancouver. We hebben in 4 weken ruim 153 uur gereden en 6.280 km afgelegd.

Zo, koffers eruit en sleutels inleveren.

We zijn niet de enige.

Dan per Uber naar het hotel en van daaruit even een wandeltje.

Gevaarlijk werk hier op die boomstammen.

Eten bij Denny’s. Als toetje “Fried Donut Holes met Maple Syrup”. Dat zijn de rondjes die je overhoud als je donuts maakt.

De 30e kopen we voor 11 dollar pp een dagkaart voor het openbaar vervoer en gaan naar Vancouver downtown.

Ook hier weer flinke wolkenkrabbers.

We kopen een kaartje voor de lift naar de uitkijktoren en hebben prachtig uitzicht.


En dan de volgende morgen de strijd om de koffers weer dicht te krijgen en per shuttle naar het vliegveld.

Daar staat ie dan. Een hele flinke deze keer. Het is ook een hele lange reis van de westkant van Canada terug naar Europa.

We vliegen 31 mei om 16.20 weg en vliegen tegen de tijd in naar Frankfurt. Op dit plaatje zitten we inmiddels boven Groenland en zoals te zien is gaat de hele reis in de volle zon. We vliegen noord van het donker.

Na zo’n 9 uur landen we in Frankfurt, dan nog 55 minuten naar Schiphol, 2,5 uur trein naar Groningen, 20 minuten naar Winsum en 10 minuten auto naar Leens (alles zonder de wachttijden mee te rekenen). We vertrokken om 12.10 van het hotel en zijn op 1 juni om 18.40 thuis. Dat is dan 30,5 – 9 = 21,5 uur onderweg. We zijn behoorlijk gaar. Dan is de reis en de maand weer voorbij. We hebben een prachtige reis gehad en hebben bijzonder veel gezien en meegemaakt. Eind juni zullen we de volgende blog plaatsen en die zal vast een heel stuk korter zijn, want we zullen nu eerst weer eens een paar weken thuis blijven.