Augustus 2023

Roadtrip Scandinavië, en……..

We beginnen deze maand in Stenbjerg (net noord van de Limfjord in Denemarken). We verkennen de omgeving nog wat en gaan dan door naar Hirtshals waar we de veerboot naar Bergen in Noorwegen nemen. In Bergen aangekomen zoeken we eerst een kampeerplekje in het wild om de volgende dag de stad Bergen te verkennen. Daarna trekken we noordoostwaarts om zoveel mogelijk van de fjorden te zien en om te wandelen. Helaas gooit een vervelend weer probleem genaamd “Hans” roet in het eten en wordt dat deel van Noorwegen tamelijk onbegaanbaar. Na flinke omleidingen wegens weggespoelde wegen moeten we, in plaats van de geplande noordoost route, helemaal afzakken naar Oslo voor we weer naar het noorden kunnen. We gaan nog zoveel mogelijk noord voor we de grens met Zweden oversteken om weer oostwaarts richting Berghamn te gaan. In Berghamn gaan we een paar dagen logeren bij Lars en Ingela, vrienden uit onze Middellandse Zee tijd. Daarna gaan we verder zuidwaarts en logeren een nachtje bij Anders en Ann Sofi eveneens vrienden uit de Med. Dan zakken we nog wat verder af tot we in Helsingborg de veerboot naar Helsingör nemen om vlak bij Kopenhagen Deense vrienden te bezoeken. En ja, je snapt het al, ook uit de Middellandse Zee tijd. Dan rijden we in één keer naar huis omdat we een beetje haast krijgen. De CTC bestaat 55 jaar en houdt in Den Helder een bijeenkomst en die willen we niet missen. Om meerdere redenen, waarvan één het belangrijkste is…..

We doen nog een wandeltje in een natuurgebied in de buurt van Stenbjerg (waar ons tentje staat) en dan gaan we morgen naar Hirtshals om de veerboot naar Noorwegen te nemen. We hebben hier een mooi duinachtig landschap.

Dan rijden we naar Hirsthals. De boot vertrekt om 20.00 uur dus we hebben nog even tijd om rond te kijken.

Dan zoeken we een zeer verfijnd restaurant en dineren voor we op de veerboot gaan.

Ingecheckt en dan wachten tot de boot komt.

Daar is ie dan. Hij is nogal groot.

Auto op dek 3A geparkeerd (hopen dat er geen elektrische auto’s in de buurt staan). Dek nummer fotograferen om de auto weer terug te kunnen vinden en dan naar boven.

We hebben een hut geboekt met uitzicht op de zonovergoten zee (altijd).

Het achterdek, zo zie je hoe groot het schip is.

We gaan met 20 knopen. Bij de meeste schepen zie je een flinke pluim uit de schoorsteen maar bij dit schip zie je echt helemaal niets.

De volgende morgen na een tussenstop in Stavanger gaat het verder achter de eilanden langs richting Bergen.

Zo, nog even onder de brug door en dan zijn we in Bergen.

Bijna aan de pier. Tijd om de auto weer te gaan zoeken.

En dan over de kleine weggetjes in Noorwegen op zoek naar een kampeerplaats.

Het zijn echt allemaal eilanden hier, verbonden door bruggen of veerboten.

Dit stond op de app als wilde kampeerplaats. Ik denk dat we nog even verder gaan zoeken.

We vinden een mooi plekje in het bos.

De volgende dag gaan we de stad Bergen bezoeken.

Het ziet er allemaal prachtig uit.

99% van de gebouwen zijn hier van hout.

Mooie villa’s, ook van hout.

Er gaat een lifttreintje over rails naar een uitzichtpunt boven op de berg, maar die nemen we natuurlijk niet.

We klimmen omhoog.

Leuk uitzicht! Beetje bewolkt jammer genoeg, maar ja.. we zijn in Bergen, waar ze er trots opp zijn dat het meer dan 200 dagen per jaar regent.

De stad Bergen.

Dan gaan we via een aangelegd pad weer naar beneden. Erg hoge bomen hier.

Weer beneden. Nu weer op zoek naar de parkeergarage waar we de auto hebben achtergelaten.

En dan komen er minder prettige berichten. Storm (met regen) “Hans” komt op ons af. We hadden gerekend op mooi weer en rustig van west naar oost door Noorwegen en Zweden trekken, maar dat wordt nu anders.

Wij gaan een eindje verder naar het noord-oosten. Er zijn daar ergens een aantal bezienswaardige watervallen die we gaan bekijken en we willen daar in de bergen wandelen. En tja, het zijn hier allemaal eilanden dus sta je voor je het weet weer op een veerpont.

Dan een stukje weg.

En dan weer een veerpont.

De veerponten hier hebben op elke hoek zo’n dikke uitlaatpijp dus zullen wel 4 flinke dieselmotoren hebben, maar nee, ze varen volledig elektrisch.

Dit is de voorkant van de boot, boven de laadklep. Dit deel gaat straks aan de wal omhoog en dan komt een grote contactplaat vrij waarmee hij dan tegen een contraplaat op de wal gaat leunen om tijdens het laden en lossen snel even bij te laden.

Kijk, eerste bezienswaardige waterval.

En dan weer verder over deze typische Noorse weggetjes.

Verder landinwaarts worden de bergen hoger.

En overal stroomt water uit de bergen.

En weer een mooie waterval.

Dat verzamelt zich in rivieren.

En stroomt dan uiteindelijk in een mooie fjord. We zitten weer op zee niveau.

En weer een veerboot. Ook hier zie je in de rechter voorhoek het laadsysteem weer zitten.

We hebben weer een plekje gevonden. En zo bivakkeren we in ons tentje. We hebben een tentje met stahoogte in het voorste gedeelte. Klaptafeltje, watertankje, koelbox, twee vouwstoelen (links om de hoek) en een paar tassen met keukenspul, chips, koekjes en eten.

We hebben een compact gas kookplaatje met een geïntegreerd gasflesje. Werkt goed, je moet alleen wel veel van die gasflesjes bij je hebben. Die gaan maar een dag of drie mee. Hier in Noorwegen (en ook in Zweden) is een winkelketen “Biltema” waar ze die flesjes voor 2 Euro per stuk verkopen (als je er 10 neemt).

Onze auto heeft een 230 Volt stopcontact in het dashboard en dat is heel handig.

Daar prikken we een verlengsnoer naar het tentje in.

En in dat verlengsnoer prikken we dan weer ons bed. We hebben een aerobed, een luchtbed van 45 cm hoog met geïntegreerde opblaas en vacumeerpomp. Ligt echt goed en is denk ik wel het hoogst haalbare slaapcomfort in een tentje.

Achterin is een volledig dichtritsbare slaaphut. Die hangt binnen in de tent en is één geheel met het grondzeil zodat er geen insecten enzo binnen kunnen komen. Geïntegreerde ventilatie gazen onder en boven in de achterwand zorgen dat het condensvrij blijft.

De eilanden waar dit deel van Noorwegen uit bestaat zijn met elkaar verbonden door bruggen of veerboten (en vaak allebei). Maar er zijn ook nogal hoge bergen op die eilanden dus zijn er voor de wegen tunnels geboord. Hier komen we uit een tunnel rechtstreeks op een brug.

We verdwijnen aan de andere kant gelijk weer in een tunnel. Zo passeer je op de kaart eilanden die je dus helemaal niet gaat zien.

Er zijn zelfs rotondes in de tunnelsystemen.

Kijk een cruiseschip. Weer op zee niveau dus. We zijn bijna bij ons doel voor vandaag.

We zetten ons tentje op een camping (ja, we willen zo nu en dan ook wel eens douchen en de watertankjes vullen) en rijden 800 meter omhoog om daar te gaan wandelen.

Het leek erop dat het pad was geblokkeerd door een omgevallen boom. We wilden al omdraaien maar ik doe toch een poging om over de hindernis heen te komen. En het lukt…

Weer een stukje klimmen. Het pad is gemarkeerd met die rode T tekens.

En dan weer een prachtig uitzicht, Dat water daar beneden is zee niveau. Wij zitten op ruim 1.000 meter.

En daar nog ietsje hoger liggen nog de resten sneeuw van afgelopen winter.

We hebben de top bereikt en zitten nu op een soort hoogvlakte.

En daar waren we naar op zoek de Valursfossen (fossen is waterval).

Miljoenen liters water ploffen hier naar beneden. Waar komt dat toch vandaan?

De volgende dag begint “Hans” zich te manifesteren. Het begint met motregen en zeer laag hangende wolken.

Wat zou dit er bij een blauwe lucht prachtig uit kunnen zien.

Hier staan we de komende drie dagen vast. We staan op ongeveer zee niveau maar wel een paar meter hoger dan de riviertjes van die watervallen. We denken (en hopen) dat we hier veilig zullen zijn voor het geweld van “Hans”.

De wind neemt toe en de regen ook. De hele dag in een tentje zitten bij 8 graden en regen is echt niet leuk dus trekken we er toch maar op uit. We gaan de Voringfossen bekijken. Dat is zo’n 30 kilometer van de camping.

Volgens het bordje moet je hier een beetje raar gaan lopen. Dat valt niet mee dus als niemand kijkt ga ik toch weer normaal lopen.

De Voringfossen zijn erg indrukwekkend. Zeker nu “Hans” nog een beetje extra water heeft toegevoegd. Er zijn allerlei paden en trappen aangelegd om het allemaal veilig te kunnen zien. Deze trapbrug gaat over de grootste waterval heen.

En dan heb je ook wat.

Na drie nachtjes op dezelfde camping gaan wij weer verder. Hans is over maar gaf de laatste nacht nog wel heel erg veel wind. Wij hadden alle scheerlijnen van de tent gebruikt en goed ver opzij gezet en het heeft gehouden. Het flappert allemaal wel en zo’n tentje houdt totaal geen geluid tegen dus het was nogal een herrie maar er is niets kapot gegaan. We gaan verder naar het noordoosten.

Jammer dat het zo grauw is, maar de gevolgen van “Hans” zijn goed zichtbaar overal. Er zijn vele overstromingen. Ons doel is om min of meer in noordoostelijke richting naar Berghamn (ca. 400 km noord van Stockholm) aan de oostkust van Zweden te rijden waar we over een week of zo willen zijn om Lars en Ingela te bezoeken. Helaas lukt dat noordoost van geen kanten. Er zijn meer dan honderd wegafzettingen in verband met de overstromingen als gevolg van “Hans”. Er zijn niet zo veel wegen in Noorwegen en als die dan zijn afgesloten moet je zomaar honderden kilometers omrijden.

We waren deze weg al 40 kilometer ingereden toen we op een afsluiting stuitten (graafmachine en een aanhanger met een bord erop) voor de locals laten ze dan vaak nog wel een kleine opening. Wij hadden geen zin om weer 40 km terug te gaan en dan meer dan honderd om te rijden dus we wilden het toch maar proberen. Foute keuze!! Hier is de vangrail en een stuk van de rechter weghelft al in de rivier verdwenen.

Even verderop is de weg nog maar heel smal en kolkt de rivier onder de weg. We komen hier nog net langs door helemaal links te gaan rijden, maar je weet natuurlijk nooit hoe ver de weg al onderspoeld is. We rijden nog een stuk verder tot de weg echt niet meer bestaat. We durven deze weg niet nog een keer terug te rijden want op het stuk achter ons is het onderspoelen natuurlijk gewoon door gegaan en als je in de rivier raakt kun je het verder wel vergeten.

Gelukkig komt er een local op een quad die ons aanraadt om via een ‘dirtroad’ naar een skigebied te gaan en dan aan de andere kant van de berg weer naar beneden. Pas op voor skiërs!

En voor langlaufers!

Weer veilig aan de andere kant van de berg blijkt dat we uiteindelijk bijna tot Oslo moeten afzakken om richting Zweden te kunnen. Onderweg zien we huizen met dit soort prachtige daken.

Een waterkracht centrale. Daar heb je er hier erg veel van.

Weer een plekje in het wild. Het vinden van geschikte plaatsen is lastig want je wilt vlak staan, de haringen in de grond kunnen drukken, niet te dicht bij de weg vanwege het geluid maar wel zo dicht bij dat je er met de auto kan komen.

Het gras moet niet te hoog zijn, de grond niet te nat enz. enz. Uiteindelijk staan we meer op campings dan we van te voren hadden bedacht. Het zoeken naar een geschikte wild camping plek kost soms gewoon te veel tijd.

En als je dan weer vertrekt is het enige dat rest een platte plek in het gras.

Weer verder. Door alle omleidingen hebben we uiteindelijk bijna Oslo aangetikt en zijn nu weer op weg naar het noorden.

We zijn er nog niet vanaf. Weer een afsluiting. 35 km terug rijden en dan een andere weg proberen.

We zijn nu dichter bij de Zweedse grens. Het landschap wordt milder, vlakker en meer begroeid. Hier zijn ook uitgestrekte landbouw gronden en werkelijk prachtige boerderijen. Het bruine deel zijn de schuren (let ook op de klokkentoren) en het witte rechts tussen de bomen het huis.

Weer een mooi plekje gevonden in de natuur.

We doen een wandeling. Er zijn nogal wat paddo’s.

Een jacht torentje. Die zie je hier veel.

Het uitzicht vanuit de tent.

En dan gaan we de grens over naar Zweden. Eigenlijk veel te snel al weer, maar ja, in Noorwegen is alles koud en nat en aan de oostkust van Zweden ziet het er veel beter uit.

Kijk, dat ziet er beter uit.

Zweden bestaat voornamelijk uit bos. Je rijd werkelijk de gehele dag door het bos en morgen weer. Berk en Den en verder niets. Duizenden vierkante kilometers. En er zijn maar heel weinig Zweden om die ruimte te vullen.

Ook hier kolkende riviertjes en watervallen.

Alles een beetje hoger en wilder door de enorme regenval tijdens “Hans”.

We kamperen op een doe-het-zelf camping. Bakje met envelopjes en formuliertjes. Naam en autonummer invullen en met het geld in een envelopje stoppen, dichtplakken en in een kastje leggen. Gelukkig konden wij ook wel even pinnen in het clubgebouw want wij hebben geen kronen.

De volgende dag rijden we naar de oostkust. Daar is een bijzonder natuurgebied genaamd Skule. Dit gebied wordt de hoogste kust van de wereld genoemd. Dat komt niet doordat de kliffen zo hoog zijn, maar doordat tijdens de IJstijd de grond zo ver omlaag gedrukt was door het gewicht van het ijs en nu het gewicht er af is de kustlijn van toen nadat het ijs gesmolten was nu heel hoog terug geveerd is of zo. We gaan een wandeling maken door een zeer gecultiveerd bos.

Na de wandeling zoeken we een plekje in de natuur voor ons tentje.

De volgende dag regent het enorm. We hebben de tent kletsnat moeten opvouwen.

We rijden naar Harnosand (zo’n 350 km noord van Stockholm) om daar een auto museum te bezoeken.

Het museum is werkelijk gigantisch. En er staan wel hele mooie automobielen.

Ik houd toch meer van de wat modernere.

Na nog een bezoek aan Mc Donalds gaan we verder naar het noorden, naar Berghamn waar Lars en Ingela wonen. Wij kennen Lars en Ingela van de Middellandse Zee. Zij hebben daar een Bavaria 38 waar ze een aantal maanden in het voorjaar en een aantal maanden in het najaar mee rondvaren. We hebben ze in het coronajaar in Almerimar ontmoet en we zijn elkaar sindsdien elk seizoen weer tegengekomen.

Lars is vlees aan het grillen.

Proost.

De volgende dag ziet het er allemaal heel wat mooier uit met een blauwe lucht. Lars en Ingela wonen in een “cabin” een zomerhuis aan de kust, zoals vele Zweden bezitten. Zij hebben een hele mooie die niet onderdoet voor een echt huis. Daarnaast is er een apart gastenhuisje (rechts in beeld).

We gaan vandaag naar een onbewoond eiland hier voor de kust.

We gaan hier wandelen en cantharellen zoeken.

Dit eiland is een nature reserve. Alle bomen, al het hout moet op het eiland blijven. Als er een boom om valt mag je het stuk dat over het pad ligt er tussenuit zagen, maar de rest moet blijven liggen. Er zijn wel blauwe stippen aangebracht om het pad te markeren.

De oostkant. Uitzicht op Finland.

En dan vinden we de eerste cantharellen.

We vinden er steeds meer. Als je begint te snappen waar ze het beste willen groeien wordt het makkelijker ze te vinden.

Deze dennen wortelen niet zo diep hier. Als het dan een keer goed waait gaan er veel om.

We lopen een rondje om een binnenmeertje in het eiland. Dit was vroeger een baai waar vissersschepen in konden schuilen bij slecht weer (daar zijn nog foto’s van dus het is niet eens zo heel lang geleden). Nu is door het terugveren van het het land na de druk van het ijs in de IJstijd het een meertje geworden. Het land rijst hier ca. 8 mm per jaar.

Een trekkershut.

Beetje primitief, maar altijd beter dan een tent. En gratis voor iedereen om te gebruiken.

Uitzicht op de “dam” tussen de zee en het meertje, die is ontstaan door de bodemstijging.

Na ca. 15 km wandelen en het verzamelen van een flinke zak cantharellen stuiven we weer terug naar de cabin.

We hadden bij aankomst gelijk al onze vuile was in de wasmachine gegooid en vanmorgen voor we vertrokken buiten gehangen. Die is nu wel droog.

Ingela maakt een paar cantharellen schoon en bakt ze voor op een broodje.

Een ware traktatie.

8 uur ’s avonds. Mooi en rustig weer. Wat een fantastische plek hebben zij.

Na het eten is het tijd voor de jacuzzi.

Deze hottub staat het gehele jaar klaar voor gebruik en op temperatuur. Ook als het 20 graden vriest. Toch fijn om goedkope stroom van waterkracht centrales ter beschikking te hebben.

Ons onderkomen voor een paar dagen. Wat een aardig uitzicht zo ’s morgens vroeg.

Het gasten verblijf. Eigen terras met luie stoelen, de hottub rechts op het terras met een isolatie deksel erop en helemaal rechtsonder het boothuis.

We gaan vandaag wandelen in het zuidelijke deel van het Skule natuurgebied. Iets minder gecultiveerd dan het pad in het noordelijke deel.

Deze kloof verbindt het noordelijke met het zuidelijke deel van het natuurgebied.

Een fantastisch uitzicht naar het noorden.

De volgende dag wandelen we in het bos rond het huis van Lars en Ingela.

We lopen ca. 5 kilometer langs een klauterpad de berg op naar de top. En dan staat daar ineens een picknick tafel. Hoe is die hier gekomen?

Kort geleden hadden de buren een confrontatie met een beer, dus we moeten wel een beetje uitkijken. De beer zien we niet, maar wel een pootafdruk die er behoorlijk vers uit ziet. Die beer ziet ons dus misschien wel.

Lars gaat bij de “buur-cabin” een boom omhalen. Die stond tijdens de storm (Hans) nogal te wiebelen dus die moet weg voordat ie schade aanricht. Ik sta daar links heel hard aan het touw te trekken om te voorkomen dat ie alsnog op de cabin valt. Achter mij trekt de buurvrouw aan hetzelfde touw, maar die was een beetje kleiner dan ik dus die zie je niet.

Zo, zonder brokken naar beneden gekomen.

Gelijk in stukken zagen en toevoegen aan de wintervoorraad brandhout.

Wij trekken na 4 nachtjes comfortabel in het gastenverblijf weer verder. We nemen afscheid van Lars en Ingela, ze hebben ons zeer gastvrij ontvangen en we hebben het erg leuk gehad. We gaan richting het zuiden.

We kamperen in het wild bij Mehedeby. De volgende dag trekken we weer verder naar het zuiden en kamperen op een camping in Lappe. Hier blijven we een dagje staan en verkennen de omgeving.

In Zweden zie je opvallend veel hele oude Amerikaanse auto’s. Sommige oud en roestig, maar vele prachtig gerestaureerd zoals deze.

We gaan naar een uitzichtpunt met uitzicht op een kalkgroeve.

De volgende dag rijden we naar Gulspang en logeren een nachtje bij Anders en Ann Sofi. Ook hun kennen we uit de Middellandse zee. Zij lagen onze eerste winter (2014/15) ook in Almerimar en zoals dat dan gaat kom je elkaar daarna ook weer regelmatig tegen. Zij hebben in 2019 hun boot verkocht en zijn weer in Zweden gaan wonen.

We krijgen een rondleiding lang de bezienswaardige plekken in de omgeving. Dit is een rivier met waterkrachtcentrale waar een zalmentrap is aangelegd om de zalmen die hier terugkomen om zich voort te planten de rivier op te helpen. Vissen is hier overigens verboden….

We gaan wat verder rivier afwaarts een eindje wandelen.

Er staan prachtige bloemen langs de rivier. Een soort springbalsemien. Het is hier verboden die in je tuin te planten omdat alles dan overwoekerd wordt.

De volgende dag nemen we redelijk op tijd afscheid van Anders en Ann Sofi en gaan naar het zuidwesten. We bezoeken eerst nog de sluizen tussen het Vänern meer en het Vättern meer, onderdeel van het Götakanaal.

Daarna rijden we door naar Trollhättan waar een indrukwekkend sluizencomplex van vier sluizen (ook onderdeel van de Götakanaal route) een enorm hoogteverschil overbrugt.

We kamperen die nacht op een camping bij Gressela.

Dan rijden we verder naar het zuidoosten naar Helsingborg om daar de veerboot naar Helsingör in Denemarken te pakken.

Daar gaan we een nachtje logeren bij Claus en Bodil, ook vrienden uit de Med, ontmoet in diezelfde eerste winter in Almerimar en in 2015 best wel een tijd samen opgetrokken. Johathan (hun zoon, rechts in beeld) is inmiddels uit huis maar is naar het ouderlijk huis gekomen om ons te ontmoeten. Jacob, hun andere zoon zal later ook komen.

De baby is niet van hun maar een kleinkind.

We gaan even wat drinken op hun boot (die we een kleine 10 jaar geleden in de Med hebben ontmoet) die op loopafstand van hun huis in de haven ligt.

Proost!

De volgende ochtend vertrekken we al weer vroeg, want we willen op tijd weer thuis zijn om het 55 jarig bestaan van de CTC (catamaran en trimaran club) in Den Helder mee te maken. De Grote Belt brug die Sjaelland met Fyn verbindt.

Zo, weer in Nederland, nog een uurtje en we zitten bij Fria aan de patat met shoarma en een salade alvorens we naar huis rijden. We zijn ruim 4 weken weggeweest en hebben ruim vijf en een half duizend kilometer gereden.

Fria komt de volgende ochtend helpen de tuin weer een beetje te fatsoeneren en aan het eind van de middag rijden we naar Den Helder waar we op de Bora van Arjen en Hennie logeren.

Mooie street art in Den Helder.

En dan is ie er! Hier hadden we op gewacht. Wij hebben tijdens onze reis in het noorden diverse keren contact gehad met Bard, de eigenaar van onze vorige boot. Hij had hem in 2009 van ons gekocht en wij hadden hem twee maanden geleden bericht dat als hij aan verkopen dacht hij in ieder geval aan ons moest denken.

In Juni hebben we een zeiltochtje met hem gemaakt en één en ander besproken. Nu heeft hij ons bod geaccepteerd en komt de boot afleveren in Den Helder tijdens het CTC weekend. De Madness is weer van ons!

We brengen Bard en zijn broer Merijn terug naar Hellevoetsluis, nemen de trailer mee terug en rijden weer naar Den Helder waar we net op tijd zijn voor het buffet van het CTC weekend. De volgende morgen vertrekken we tegelijk met de andere multihulls. Het is echt waardeloos weer en zo totaal niet vergelijkbaar met de MED, maar we genieten er van.

Mooie donkere wolken.

Er is wind genoeg en we stuiven met ruim 15 knopen richting Harlingen.

Later klaart het een beetje op en neemt ook de wind af.

We dobberen dan met een comfortabele 10 tot 12 knoop verder het wad op.

Achter ons bakken ze wel weer nieuwe buien, maar die schuiven netjes achter ons langs.

En dan komt Ameland in zicht. We hebben nog wel tijd genoeg (eigenlijk tij genoeg) om Lauwersoog te halen maar we hebben geen haast. We ankeren en vallen die nacht droog net oost van de jachthaven.

De volgende morgen (ja, ik ben jarig vandaag) vaar ik met mijn verjaarscadeautje de laatste 30 mijl naar Lauwersoog.

Onder Schier een flinke groep zeehondjes.

En dan over het Lauwersmeer richting Dokkumer Nieuwe Zijlen. Daar zullen we de boot voorlopig neerleggen.

En dan begint het harde leven weer. Ontwerpen en tekenen.

En de net geleverde boiler op z’n plek zetten en aansluiten.

Dat aansluiten lukt deze maand niet meer, maar wie weet volgende maand?

En dan is de maand weer voorbij. We hebben een erg leuke roadtrip gedaan en kijken daar met plezier op terug. We hebben ruim vijf en een half duizend kilometer gereden en een heleboel gezien. Denemarken is mooi en redelijk vlak. Er zijn een kleine 6 miljoen Denen in een land dat net iets groter is dan ons land dat we moeten delen met tegen de 18 miljoen anderen. Dat verschil is in de bezetting van het landschap duidelijk te zien. Benzine, campings, eten en drinken kosten in Denemarken ongeveer hetzelfde als in Nederland. Noorwegen is spectaculair, zeker aan de westkust. Zeer grillig, hoge bergen en diepe fjorden. Erg mooi. Met 5,5 miljoen inwoners in een land dat meer dan 7,5 maal zo groot is als Nederland, is er wel heel erg veel ruimte. Door de steile bergen en rotsen is natuurlijk veel land niet zo bruikbaar, maar toch. Benzine, gaspotjes en campings zijn iets goedkoper dan in Nederland maar eten en drinken zijn er echt belachelijk duur. Blikje bier € 3, brood € 4,5, vlees per kilo ruim € 20, kaas per kilo € 18. Dat is wel even schrikken. Je ziet daar in de supermarkten ook niemand een kar vol laden zoals we in Nederland doen, iedereen gaat met een paar artikelen in een mandje naar de kassa. Het zal dus ook voor de Noren best wel duur zijn. Zweden is wat milder, vlakker en ronder dan Noorwegen en staat werkelijk helemaal vol met heel dicht bos. Het prijs niveau van benzine, campings en eten is redelijk vergelijkbaar met Nederland alleen alcohol is er ca. 1,5 keer zo duur. Zweden is meer dan tien keer zo groot als Nederland en er zijn maar de helft van de mensen dus ook heel erg veel ruimte. De Zweden lossen dat dan weer een beetje op door allemaal minstens twee huizen te hebben en de rest vol met bos te planten. Er zijn ook onnoemelijk grote natuurgebieden en ook onmeetbare gebieden met schrale heide achtige begroeiing dus het is mij werkelijk een raadsel waarom we dat ook allemaal in ons kleine vruchtbare productieve Nederlandje willen en daarom niet meer mogen bouwen en boeren de nek om moeten worden gedraaid. Erg leuk aan deze reis was ook het weer ontmoeten van vrienden uit onze Middellandse Zee tijd. Het klikt gewoon goed met de Scando’s. We zijn een beetje te haastig weer naar Nederland terug gegaan, maar ja, dat had dan weer te maken met wel een heel erg leuke boot die we weer terug wilden hebben…. Eind september zullen we de volgende blog plaatsen.

3 reacties op “Augustus 2023

  1. Byzondere zomeronderneming, gekker kan het niet. Benieuwd hoe snel jullie met de Madness weer zuidwaarts trekken, of toch de smaak van het noorden te pakken hebben gekregen. We lezen het wel weer en wie weer tot ziens omgeving Lauwersmeer? Groeten, Els Luuk

  2. Dit was wel weer een staaltje doorpakken..met een wel heel uitgebreid en mooi verslag.
    HANS gaf er ook nog wat spanning aan, een beetje eng zelfs.
    Het inkijkje bij het Med-netwerkje vond ik bijzonder en wat wonen sommige toch mooi.
    Nu de fraaie multihull Madness bij D’nieuwezijlen aangemeerd is zegt iets mij
    dat we mekaar binnenkort weer eens gaan treffen , tot dan !
    groetjes, jeroen

  3. Tja, jammer van het weer. Wij zijn met de boot twee keer naar Noorwegen geweest. De eerste keer een maand langs de zuidkust, maar ook Stavanger en Bergen en omstreken. Het jaar daarna ongeveer vijf maanden langs de westkust. Fjorden zijn nauwelijks te bezeilen. Dat deden we met ferries. Ook hier heel veel aanlegplekjes waar je wat geld in een potje moet doen naar eigen goeddunken. In het hoge noorden (lofoten e.d.) ook veel prive plekken, waar de bewoners graag eens iemand anders willen zien dan hun directe buren. Altijd wat pakjes sigaretten en een flesje Jonge Jenever om te “betalen” voor het verblijf en soms een maaltijd.
    Ons plan was Noordkaap en misschien naar Kirkenes bij de Russische grens, maar “onze Hans” van toen liet ons niet verder dan Tromso. Toch maar eens op herhaling naar dit prachtige land……met de Madness….
    Groeten en sterkte met het huis,
    Geert en Ine